Behandelfases

De behandeling in de Mesdag bestaat uit zes verschillende fases. Niet elke patiënt doorloopt alle fases. Ook de volgorde kan per patiënt verschillen.

Preklinische fase (1)

Eén van onze medewerkers bezoekt de patiënt in het Huis van Bewaring of de gevangenis als hij op de wachtlijst voor de Mesdag staat. De patiënt kan dan vast kennis maken met de Mesdag en wij krijgen een beeld van de patiënt. Dit kennismakingsgesprek maakt het mogelijk een eerste diagnose te stellen en in te schatten in hoeverre de patiënt gevaarlijk gedrag zou kunnen vertonen in de Mesdag. Op basis van deze informatie bepalen we op welke unit we de patiënt gaan plaatsen.

naar overzicht

Instroomfase (2)

Vertoont de patiënt geen gevaarlijk gedrag, dan start hij met het diagnostische onderdeel van het zorgprogramma. Tijdens deze fase stellen we vast voor welk zorgprogramma/zorgpad hij geschikt is. Dit zorgprogramma/zorgpad doorloopt hij in de volgende behandelfases.

Naast deze ‘reguliere’ patiënten hebben we in deze fase ook plaats voor patiënten die:

  • in een crisis verkeren en crisisinterventie nodig hebben;
  • extreem beheers- en vluchtgevaarlijk zijn;
  • vanwege hun ziektebeeld moeilijk te benaderen zijn.

‘Crisispatiënten’ zijn niet altijd patiënten met een tbs-maatregel. De Mesdag verzorgt ook crisisopvang voor patiënten uit instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Wanneer deze patiënten weer stabiel zijn kunnen ze terug naar de instelling van herkomst.

naar overzicht

Doorstroomfase (3)

In de doorstroomfase is de behandeling intensief en werkt de patiënt aan het verminderen van het recidivegevaar. Dit betekent dat hij zijn gedrag zodanig moet veranderen dat de kans dat hij opnieuw een delict pleegt kleiner wordt.

naar overzicht

Uitstroomfase (4)

Wanneer de doorstroomfase is afgerond stroomt de patiënt door naar de uitstroomfase. De patiënt wordt in deze fase voorbereid op het leven na het verlaten van de Mesdag. Een patiënt volgt één van de drie uitstroomtrajecten: zelfstandig wonen, begeleid zelfstandig wonen of begeleid wonen.

Is het delictrisico voldoende afgenomen en volgt de patiënt het traject ‘zelfstandig wonen’, dan gaat het in deze fase vooral om het normaliseren van de leefomstandigheden. Dat betekent dat de patiënt buiten de Mesdag een sociaal netwerk moet opbouwen en een zinvolle daginvulling moet regelen. Tijdens dit traject oefent hij binnen, maar vooral buiten de Mesdag activiteiten en sociale rollen en vaardigheden die hij in het dagelijks leven nodig heeft. Onze medewerkers begeleiden hem daarbij.

Is het delictrisico voldoende afgenomen maar kan de patiënt vanwege zijn stoornis niet zelfstandig functioneren, dan wordt de patiënt voorbereid op het wonen in een instelling binnen de geestelijke gezondheidszorg. Samen met de patiënt zorgen we voor een zo soepel mogelijke overgang.

We bereiden de patiënt voor op het wonen in een longstay-voorziening als het delictrisico na de behandeling onvoldoende is afgenomen.

naar overzicht

Ambulante fase (5)

De patiënten worden in de ambulante fase meer of minder intensief begeleid door het Transmurale Team van de Mesdag.

Patiënten die het traject ‘zelfstandig wonen’ of ‘begeleid zelfstandig wonen’ volgen, kunnen in deze fase geplaatst worden in een transmurale voorziening (TMV) of zelfstandig in een ‘eigen’ woning gaan wonen. Een TMV is een woning buiten de Mesdag waar een aantal patiënten onder begeleiding van onze medewerkers woont.

Woont de patiënt in een eigen woning, dan is de ‘behandeling’ erop gericht om te leren hoe je structuur aanbrengt en behoudt in het dagelijks bestaan. De patiënt woont zelfstandig, heeft werk, volgt een opleiding of heeft een andere zinvolle daginvulling. De patiënt moet leren om te gaan met de eenzaamheid van het bestaan buiten de Mesdag en met de weerstanden die hij als tbs-gestelde zal tegenkomen in de samenleving. De begeleiding wordt – als dat verantwoord is – steeds verder afgebouwd.

naar overzicht

Afsluitingsfase (6)

In de laatste fase van de behandeling zijn er verschillende mogelijkheden.

  • Longstay
    Een aantal patiënten komt niet in aanmerking voor terugkeer in de maatschappij. De kans dat zij opnieuw een delict plegen is nog steeds te groot. Deze patiënten kunnen op een longstay-afdeling geplaatst worden. Het behandeldoel is daar niet langer ‘verminderen van de kans op recidive en vervolgens terugkeer naar de samenleving’.
    De behandeling is gericht op het vergroten van de kwaliteit van leven van de patiënt. Het streven is de patiënt – binnen een gesloten, beveiligde setting – een zo prettig en nuttig mogelijke invulling van zijn leven te bieden. 

    Elke drie jaar beoordelen onafhankelijke deskundigen en de Landelijke Adviescommissie Plaatsing longstay forensische zorg (LAP), of de longstay-status van de tbs-patiënt nog terecht is. Patiënten met een longstay-status worden opgenomen door de Pompestichting in Nijmegen.

  • Voorwaardelijke beëindiging
    Voorwaardelijke beëindiging wil zeggen dat de rechter de tbs-verpleging beëindigt, mits de patiënt zich aan bepaalde voorwaarden houdt. Zo’n voorwaarde kan zijn dat hij geen alcohol drinkt of dat hij contact moet houden met een behandelaar van de ambulante forensische psychiatrie. Voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel betekent dat het Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT) van start gaat. FPT wil zeggen dat het fpc en de reclassering gezamenlijk de patiënt begeleiden en controleren of de patiënt zich aan de voorwaarden houdt. Doet hij dit niet dan kan hij teruggeplaatst worden in een gesloten setting. Voorwaardelijke beëindiging mag maximaal negen jaar duren. Alleen de rechter kan besluiten om de tbs-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. Het fpc adviseert de rechter hier wel over.

  • Onvoorwaardelijke beëindiging
    Onvoorwaardelijke beëindiging wordt altijd voorafgegaan door voorwaardelijke beëindiging. Bij onvoorwaardelijke beëindiging wordt de tbs definitief beëindigd.
    De patiënt valt dan niet meer onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid & Justitie en heeft weer dezelfde rechten en plichten als elke andere burger. Alleen de rechter kan besluiten om de tbs-maatregel onvoorwaardelijk te beëindigen. Ook in dit geval geeft het fpc wel een advies aan de rechter.

naar overzicht