N=1-methodiek en patiëntvolgsysteem (promotieonderzoek)

N=1 staat voor: het aantal onderzochte mensen (N) is 1. Het gaat dus over één persoon. Bij het meeste behandelevaluatie-onderzoek worden groepen behandelde mensen vergeleken met niet of anders behandelde mensen. Dit is uitermate belangrijk onderzoek. Daarnaast blijft echter de vraag of de behandeling van een individu het gewenste effect heeft gehad en hoe je dit kunt meten. Om dit te onderzoeken is de N=1-methodiek ontwikkeld. Deze bestaat al sinds de jaren ‘70, maar komt vanwege de benodigde statistiek en methodologie maar heel langzaam tot ontwikkeling.

In de Mesdag is het ontwikkelen van de N=1-methodologie een belangrijk onderzoek. We willen voor elke individuele patiënt kunnen aangeven of er vooruitgang is en of die vooruitgang is te danken aan de gegeven behandeling (interventies).

De ontwikkelde N=1-methodiek is toegepast in een patiëntvolgsysteem (PVS). Binnen dit systeem vullen alle betrokken behandelaars een vragenlijst (Instrument voor Forensische Behandelevaluatie (IFBE)) over de patiënt in. Dit doen zij voorafgaand aan elke behandel-bespreking. Het doel van het PVS is de behandeling van elke individuele patiënt op een gestructureerde wijze te evalueren. Dit wordt ook wel routine outcome monitoring (ROM) genoemd. Met de verzamelde data zullen ook op groepsniveau behandelonderdelen en zorgprogramma’s geëvalueerd worden.

Partner
Forensische Psychologie, Universiteit van Tilburg

Onderzoekers
drs. Erwin Schuringa; dr. Marinus Spreen; prof. dr. Stefan Bogaerts (Universiteit van Tilburg)

Video
Patiëntvolgsysteem geeft beter inzicht in behandeleffect.

Publicaties